Dit fragmentje uit het boek Nachttrein naar Lissabon is in het kader van alle nieuwe media ook nog wel leuk om hier te belichten, moeder Prado die een bandrecorder heeft gekocht om de stemmen van haar gezin op te nemen:

”Toen ze klaar was met citeren, begon Adriana te vertalen. Dat het allemaal mogelijk was, nee, dat verbaasde hem niet, zei Prado. Het technische principe kende hij uit de geneeskunde. ‘Maar ik hou niet van wat het met de woorden doet.’ Hij wilde zijn stem niet van buiten horen, dat wilde hij zichzelf niet aandoen, hij vond zichzelf zo al onsympathiek genoeg. En dan ook nog het invriezen van het gesproken woord: je sprak meestal toch met het bevrijdende bewustzijn dat het meeste van wat je zei vergeten zou worden. Hij vond het vreselijk te moeten denken dat alles zou worden bewaard, elk onoverdacht woord, elke smakeloze opmerking. Het deed hem denken aan de indiscretie van God.

‘Dat mompelt hij alleen maar,’ zei Adriana, ‘mama wil zoiets liever niet horen en Fátima voelt zich er hulpeloos bij.’

Het apparaat verstoort de vrijheid van het vergeten, zei Prado verder. ‘Maar ik neem je het echt niet kwalijk , mamma, het is erg grappig. Je moet niet alles zo serieus nemen wat je o zo slimme zoon zegt.”’

Boeken Nachttrein naar Lissabon nieuwe media vergeten vrijheid Boeken Nachttrein naar Lissabon nieuwe media vergeten vrijheid

femlezen.JPG

…uitkomen op het strand van Corfu. Hmm…daar was zeker iets fout gegaan? Het goede nieuws was dat ik eindelijk echt tijd vond om me te laten meeslepen door een boek dat wat meer concentratie vergde dan een Nicci French. Zo zag ik op weg naar Corfu pas echt de mogelijkheid om in ‘Nachttrein naar Lissabon’ te stappen en het eindstation te bereiken, eerst kwam ik niet verder dan de deuropening. Uiteindelijk bleek het een filosofische roman die zeker het lezen waard was. Vooral de schrijfsels van arts Prado waren treffend. Het is eigenlijk ondoenlijk om een passage uit het boek te kiezen om er uit te lichten, maar zijn haat/liefdeverhouding met de kerk is wel zo schitterend beschreven:

 ”Ik wil niet in een wereld zonder kathedralen leven. Ik heb hun schoonheid en verhevenheid nodig. Ik heb ze nodig als verzet tegen de platvloersheid van de wereld. Ik wil opkijken naar de stralende kerkramen en me laten verblinden door hun bovenaardse kleuren. Ik heb hun glans nodig. Die heb ik nodig als verzet tegen de smerige eenheidskleur van uniformen. Ik wil mijzelf hullen in de bittere kou die in de kerken hangt. Ik heb hun gebiedend zwijgen nodig. Ik heb het nodig als verzet tegen het gebral van de kazernes en het stompzinnige gezwets van de meelopers. Ik wil het bruisende geluid van het orgel horen, die stortvloed van bovenaardse klanken. Ik heb die klanken  nodig als verzet tegen de schelle lachwekkendheid van marsmuziek. Ik houd van biddende mensen. Ik heb hun aanblik nodig. Ik heb die nodig als verzet tegen het verraderlijke gif van de oppervlakkigheid en stompzinnigheid. Ik wil de machtige woorden van de bijbel lezen. Ik heb de magische kracht van hun poëzie nodig. Ik heb ze nodig als verzet tegen de verwaarlozing van de taal en de dictatuur van de leuzen. Een wereld zonder die dingen zou een wereld zijn waarin ik niet meer wil leven.

Maar er is ook een andere wereld, waarin ik niet wil leven: de wereld waarin het lichaam en het zelfstandig denken worden zwartgemaakt en waarin dingen als zonden worden gebrandmerkt die tot het beste behoren wat we kunnen meemaken…”

Waarschijnlijk is het de herkenbaarheid van de woorden die me raakt. Misschien had mijn pappa ook zoiets kunnen schrijven: ik ben als totaal ongelovige opgevoed, maar mijn vader sleepte me op vakanties in Italië altijd wel van kerk naar kerk. Wellicht als vlucht voor de hitte. Maar hij hield vooral ook van de Bijbel, als zijnde een ongelooflijk, geweldig sprookjesboek.

bijbel Boek Boeken filosofie kerken Nachttrein naar Lissabon taal bijbel Boek Boeken filosofie kerken Nachttrein naar Lissabon taal